Sint-Maarten wordt niet overal op dezelfde wijze gevierd. In sommige plaatsen worden optochten georganiseerd, in andere worden vreugdevuren ontstoken. Algemeen is de lampionnentocht. Deze komt het meest voor in Nederland in de noordelijke provincies en in Noord-Holland (keuvelen genoemd). De kinderen maken lampionnen of hollen een koolraap of suikerbiet (vergelijk Jack-o’-lantern) of pompoen uit en gaan met de lichtjes langs de deuren. Daar zingen ze speciale sint-maartensliedjes en krijgen in ruil snoep of fruit. Ook kleurige, door de kinderen gemaakte, lampionnen worden gebruikt. In Nederland worden de lampionnen vaak tijdens de schooltijd gemaakt, bijvoorbeeld in de les handenarbeid. Met name bij het vrijeschoolonderwijs is Sint-Maarten een jaarlijks terugkerend feest met uitgeholde knollen of pompoenen en met waxinelichtjes. Tegenwoordig worden de lampionnen elders veelal met behulp van batterijen verlicht. Vroeger werd veel gebruikgemaakt van de foekepot om de liedjes die bij de rondgang werden gezongen te begeleiden. Het sint-maartensgebruik werd toen ‘foekepotterij’ genoemd.